Leg de twee mogelijkheden naast elkaar
Zet ‘Maak nieuwe accounts en test beperkte rollen vóór het afgesproken overdrachtsmoment’ en ‘Plan ondersteuning tijdens de eerste openingsdienst als een leverancier pas op de overdrachtsdag mag activeren’ als kolommen naast elkaar. Gebruik ‘Toegangsmatrix met systeemeigenaar, autorisatieniveau en testmoment’ om in beide kolommen hetzelfde aspect te beoordelen. Wanneer de ene optie een uitgebreidere opdracht omvat, markeer je eerst dat verschil. Een kortere doorlooptijd, lager bedrag of groter bereik kan anders vooral een verschil in afbakening weerspiegelen.
De afweging achter ‘Maak nieuwe accounts en test beperkte rollen vóór het afgesproken overdrachtsmoment’ wordt pas duidelijk wanneer je het gevolg bespreekt. Controleer wie deze aanpak in de praktijk moet uitvoeren. Vraag daarna wat er verandert onder ‘Plan ondersteuning tijdens de eerste openingsdienst als een leverancier pas op de overdrachtsdag mag activeren’. Leg vast welke informatie je daarbij van een ander nodig hebt. Gebruik dit verschil voor ‘Gebruik afzonderlijke accounts voor medewerkers’, ook als de keuze nog openblijft.
De twee condities in het werkblad
Gebruik de twee waarden als controle op je vergelijking. Vóór contact met de twee leveranciers komt uit op 3 systemen op een lijst van 6. Bij na een geslaagde test van de nieuwe accounts staat 5 systemen op een lijst van 6. Het verschil bedraagt 2 systemen op een lijst van 6 in opwaartse richting. Bespreek of dit verschil voor nieuwe eigenaar met een openingsweekend voor de deur zwaar genoeg weegt om de andere mogelijkheid los te laten. De uitkomst van de som en de keuze zelf zijn twee verschillende stappen.
Maak de keuze achter «Gebruik afzonderlijke accounts voor medewerkers» zichtbaar in twee kolommen. De optie «Maak nieuwe accounts en test beperkte rollen vóór het afgesproken overdrachtsmoment» en de optie «Plan ondersteuning tijdens de eerste openingsdienst als een leverancier pas op de overdrachtsdag mag activeren» vragen mogelijk ander bewijs. Houd 3 systemen op een lijst van 6 en 5 systemen op een lijst van 6 bij hun eigen conditie en leg uit welke van de twee bruikbaar is voor deze vergelijking. Het bewijsstuk voor je eigen bewerking is Toegangsmatrix met systeemeigenaar, autorisatieniveau en testmoment. Schrijf de doorslaggevende voorwaarde bij jouw voorkeur. Daarmee kan een collega ook een andere conclusie trekken wanneer die voorwaarde verandert. De bedragen of tellingen in deze oefening horen bij het gekozen voorbeeld.
Van uitwerking naar beslissing
Werk de vergelijking af met één zin voor het team. Noem de voorkeur, de reden en de voorwaarde die nog moet worden bevestigd. Als ‘Test een terugboeking met passende rechten’ voor die bevestiging nodig is, houd je die taak apart. Zo blijft een voorlopig voordeel herkenbaar als voorlopig.
Vraag wie de informatie kan bevestigen vóór een vervolgstap in de koop. Houd de acties van koper en verkoper apart. Bij de vraag ‘Gebruik afzonderlijke accounts voor medewerkers’ helpt het om één toetsbare zin te noteren over de sleutel is over, de systeemtoegang nog niet. Vermeld welke informatie je gebruikt en welke afspraak nog ontbreekt. Een collega kan dan zien welke vervolghandeling logisch is zonder de hele aanleiding opnieuw te reconstrueren.



